Rob: “Ma wilde niet voor een baas werken. Mijn oudste broer had de zaak omgezet naar een franchise van Albert Heijn. Ze was 78 jaar toen ze stopte.”

Ik vind het heel bijzonder: een vrouw van haar generatie die een supermarkt runt. Na de dood van jullie vader in 1981 deed ze dat samen met jullie oudste broer, maar ze had de winkel ook kunnen verkopen. Waarom heeft ze dat niet gedaan?

Rob: “Ma was een echte retailer. Ze was gericht op service en mensen kennen. Na de mulo is ze meteen de verkoop ingegaan. Samen met mijn vader is ze een supermarkt begonnen, destijds nog een kruidenierswinkel. In Utrecht, op de Van Humboldtstraat. Toen ze stopte met werken, bleef ze in de ondernemersvereniging zitten. Dat vond ze leuk, daar kwam ze mensen tegen. Ze woonde zeg maar liever op Hoog Catharijne dan in een dorp.”

Jos: “Ze zorgde ook dat ze bijbleef. Op haar 75ste nam ze nog internetles, want ze moest toch weten waarover dat allemaal ging. Elke week ook las ze de Elsevier, daar was ze trots op. Zo bleef ze op de hoogte van wat er gebeurde in de wereld. Kon ze met iedereen een gesprek voeren.”

Rob: “Als er wat met mijn broer gebeurde, belde ze mij om acht uur ’s ochtends al op. Dan zei ze: ‘Heb je Jos gezien? Hij staat in de krant.’ ‘Ach, dat zal wel meevallen’, zei ik dan maar. Zag ik pas daarna de krantenkop. Het was toch beter geweest als je toen even van tevoren je moeder had gebeld, Jos.”

Jos: “Ze zat al in het zorghotel toen ik een paar keer negatief in De Telegraaf stond. Voorpagina. Er moest van alles en nog wat met me gebeuren. Toen heeft ze gewoon alle Telegrafen die daar lagen, vanachter haar rollator, weggehaald. Haha!”

Ze is op haar 86ste overleden en vond zelf dat ze een heel goed en rijk leven heeft gehad. Wat heeft ze achtergelaten?

Jos: “Een testament maken vond ze niet nodig. Het verbaasde me eigenlijk en toch ook weer niet. ‘Waarom kun je dat niet even opschrijven?’, vroeg ik haar nog. Nee, dat hoefde voor haar niet. Het werd wel opgelost. Na haar overlijden hebben we allemaal een brief gekregen waarin ze ons bedankt. Ik kreeg daarin de opdracht om op haar trouwdag, 19 januari, de familie bij elkaar te brengen. Het is aan mij het te regelen, maar het is niet echt de vraag óf ik het ga doen. Het is een opdracht!”

Rob: “Ze had met Carolien, mijn wederhelft, geregeld om ons met sinterklaasavond bij elkaar te krijgen. Een soort van postuum-Piet kwam ons een cadeautje brengen, van onze net overleden moeder. Dat had ze in haar laatste weken nog geregeld. Sinterklaas vieren was voor haar belangrijk. Surprises maken en gekkigheid uithalen. Ondeugend zijn. Dat vond ze mooi!”

Jos: “Problemen pak je in. Die leg je voor je neer, daar stap je overheen en je kijkt niet meer achterom. Dat zei ze altijd. En dat is ook zo. Ik heb natuurlijk hier bij Schiphol wel een aantal vervelende momenten gehad. Af en toe heb ik gedacht dat ik er misschien maar mee moest stoppen. Maar dat kan natuurlijk niet, het kan niet zo zijn dat een ander wint. Dat is een belangrijke drive voor mij. Ik denk dat ik dat van mijn moeder heb geleerd.

Die knokpartij zat er bij haar ook in. Als wij vroeger aan het kaarten waren, ging het wel om het winnen. Boston whist, een kruising tussen klaverjassen en bridgen. Alles was toegestaan. We hadden geen spelregels. Ik speel het nu thuis weer. Daar zie je het fanatisme ook terugkomen. Met spelletjes doen vroeger, toen we nog klein waren, ging het om de gezelligheid maar ook om het winnen. Als mijn vrouw nu thuiskomt van het tennissen, is mijn eerste vraag nog steeds: ‘Heb je gewonnen?’”

Je best doen vond jullie moeder erg belangrijk. Dat is bij jullie beiden dik voor elkaar. Welke invloed heeft ze daarnaast gehad op de keuzemomenten in jullie carrières?

Rob: “Ze heeft ons altijd vrijgelaten in de keuzes die we maakten. Of we nou voor arts gingen of voor bedrijfskundige, als we er maar voor gingen. En als er maar een goede boterham mee kon worden verdiend. Dat vond ze heel belangrijk.

Wat zij eraan bij kón dragen, droeg ze bij. Toen ik in Eindhoven ging studeren, ging ze mee, want er moest een kamer geregeld worden. Nou, dan werd die geregeld. Ze kon je ook stimuleren om nog een stap extra te zetten. Toen ik nét aan mijn studie begonnen was, zei ze al: ‘Als jij die propedeuse even fikst, stort ik wat extra geld bij.’ Later, toen ik weer in Utrecht woonde en er moest worden schoongemaakt, stond er ineens een schoonmaakster voor de deur. Klaar. Er werd gewoon iemand gestuurd.”

Jos: “Ze heeft zich nooit uitgesproken dat je iets niet moest doen. Ze liet het aan ons over. Toen het even wat minder ging met de business van Rob, had ze drommels goed in de gaten dat dat moeilijke momenten waren. ‘Ik maak me er zorgen om. Kun je niet een beetje meekijken? Een beetje opletten?’ zei ze dan tegen mij.”

Je moeder heeft al op jonge leeftijd een belangrijke keuze voor jou gemaakt. Haar invloed was groot. Hoe kijk je nu op je moeder terug?

Jos: “Ik heb vier jaar op een kostschool gezeten, vanaf mijn twaalfde jaar. Op de lagere school ging het helemaal niet goed met mij, ik had de discipline nog niet. Ik werd bijgespijkerd. Bijles van je moeder, nou, daar moet je van wegblijven! Het was een goede keuze van haar om mij tijdelijk uit huis te sturen. De afleiding was gewoon veel te groot. Kostschool heeft me geleerd om mijn eigen weg te bepalen. Mavo, havo, heao, accountancy daarna. Ik moest er echt voor werken. Die drive van hard werken zit er wel in. Zestig uur per week werken is heel normaal.

Ze had altijd die blik op de toekomst en een ongelooflijk aanpassingsvermogen. Als ik weer eens een keertje langskwam, zei ze nooit: wat ben je lang niet geweest. Belangrijker was dat ik er was. Tegenvallers, en die zijn er veel geweest, kon ze op een ontzettend goede manier verwerken. Daar bleef ze niet over doorzeuren, er was altijd wel iemand die het slechter had dan zij. Zelfs toen ze ziek was.

In de loop van de jaren is mijn moeder veel zachter geworden. In haar laatste dagen zei ze tegen mij: ‘Jos, denk eraan, het is niet alleen maar hard werken.’ Dat was de eerste keer dat ik dat hoorde. Zaken gaan voor het meisje. Werk gaat altijd door. Dat waren haar statements. Daar is ze dus uiteindelijk op teruggekomen, begripvoller in geworden.”

Rob, je bent de jongste van de vier broers en had veel contact met je moeder. Wat mis je het meest?

Rob: “Het contact, ik belde haar wel twee keer per week. Dan vertelde ik wat ik aan het doen was en wat ik ging doen. Ze had altijd een mening, dat was het fijne ervan. Ik zit veel in de auto, dus heb veel momenten dat ik denk: laat ik mijn moeder even bellen. Tegen mijn moeder kon ik altijd alles zeggen, want ze koos mijn kant als het erop aankwam. Net als alle moeders.

Ik heb wel het idee dat ik alles aan haar gevraagd heb. Toch voelt het raar dat na pa ook ma er nu niet meer is. We gaan ook wel weer verder. ‘We gaan vooruit,’ zou zij zeggen, ‘lekker doorgaan, pluk de dag.’ Maar ik ben wel bewuster geworden in wat ik doe: ik doe alleen nog dingen waar ik lol in heb of die ik belangrijk vind.”

“Ma was zo’n mooi mens.”

CV     ROB NIJHUIS
1968 Geboren in Utrecht
1993 Technische bedrijfskunde, TU Eindhoven
1996 2002 Directeur NOB Decorproductie BV
2002 2003 Manager Wanzl Winkelinterieurs
2003 2006 Directeur Stamhuis Retail Services BV
2007 heden Eigenaar Trustan Bouwgroep BV

 

CV     JOS NIJHUIS
1957 Geboren in Utrecht
1969 Gaat naar kostschool
1978 Heao-diploma
1980 In dienst bij PwC
1984 Registeraccountant
2002 2008 Voorzitter raad van bestuur PwC
2008 2018 CEO Royal Schiphol Group
2009 heden Commissaris SNS Holding BV
2009 heden Lid Raad van Toezicht Stichting Nationale Opera & Ballet
2014 heden Commissaris Aon Groep Nederland BV

© Ineke Walravens