“Ik heb een nieuw werkwoord bedacht: essentiëren. Essentiëren betekent dat je echt naar de essentie gaat en vanuit de essentie gaat handelen.”

Een alleszeggend woord. Hoe vertaal je dat naar de maatschappelijke situatie van nu?

“Wat er natuurlijk de afgelopen jaren fout is gegaan, is dat heel veel mensen hun essentie uit het zicht verloren. Of uit een bepaald soort maakbaarheid aannames zijn gaan doen, en daarmee de menselijke maat zijn kwijtgeraakt. Essentiëren is dus daarnaar teruggaan. Doen waar je goed in bent. Doen wat je te doen staat. Essentiëren is het leven in de volle omvang. Het is niet alleen de positieve zijde, het is ook de schaduwkant. Essentiëren betekent het accepteren van je eigen imperfectie. Doen wat je echt kan, en wat je niet kan, aan een ander vragen.

Zoals Covey schrijft over zijn habits, is geluk maakbaar. Als je maar naar je passie gaat. Een aantal zaken kan je overkomen, daar kan je niet zo heel veel aan doen. Ik zeg niet dat je geen invloed hebt op je eigen succes, of kunt creëren, of het heft in eigen handen kunt nemen, maar het kan ook tot een soort grootheidswaan leiden dat alles maakbaar is. En op het moment dat je daar geen invloed op hebt, of weinig, dan ga je zomaar denken dat het aan jezelf ligt. Omdat jij je eigen geluk niet gemaakt hebt, ben je dan mislukt of faal je? Ja, dat vind ik onzin.”

Een heel nieuwe kijk op persoonlijk leiderschap. Hoe projecteer je dat op organisaties?

“Als je een organisatie leidt, vind ik het belangrijk dat jij de organisatie wilt containen. Dat je als leidinggevende echte verantwoordelijkheid en zorg voor dat systeem voelt. En dus ook echt om de mensen geeft. Als leidinggevende, of het nu een afdeling, een divisie of een heel bedrijf is, moet je je eigen systeem doorgronden en ook je eigen rol daarin reflecteren. Ook scherp durven zijn.

Op het moment dat een bedrijf geleid wordt door iemand die zegt: ‘Dat is goed voor mijn cv’, of: ‘Ik zie het als een project en ik maak het klaar voor de beurs’, dan ontbreekt in feite het containment. Dan gaat het niet uitblinken. Niet duurzaam. Er gaat verwarring in de tweede en derde laag ontstaan, voor wie werk ik nu helemaal? Of, wat gebeurt hier nou? Mensen op de werkvloer voelen dat. Meteen. Die gaan er dus ook niet voor.

Dan heb ik het niet over interim-managers. Bij interim-management weet je op het moment van contracteren dat het tijdelijk is. Dan kan je nog steeds containen. Iemand kan het doen zo van: even snijden, hakken en dan gaan we weer. Of iemand kan het zorgzaam doen. Het is mooi als je containment hebt, want dan weet je: jeetje, die interimmer probeert hier tot duurzame zaken te komen.”

Je beschrijft je rol als directievoorzitter heel dienend. Zie je dat zelf ook zo?

“Ja, het is dienend. Ik heb wel iets van: de wereld kan gewoon mooier zijn dan die nu is. Daar wil ik met mijn leiderschap aan bijdragen. En waarom zou je niet gelukkig willen zijn en sturen op geluk?

Bij Twynstra Gudde werken hoogopgeleide mensen, ambitieuze mensen die iets willen en met wie je echt het verschil kan maken. Gepassioneerde vakmensen. Leiderschap betekent voor mij ook dat je niet alleen kijkt naar de zakelijke kant, maar ook naar de welzijnskant van mensen. Hoe zitten ze er eigenlijk bij? Zijn ze vitaal? Zijn ze gelukkig? Voor een deel is geluk privé. Dat is niet aan mij. Maar hoe lopen mijn collega’s hier rond? Leeft het bedrijf?

Als ik in een andere organisatie kom, kijk ik daar ook meteen naar. Je kan het bij wijze van spreken ruiken. Leeft het hier of is de energie eruit? Ik vind het belangrijk dat als je naar mensen kijkt, ze hun ruimte groter maken. Dat ze verrijken.

Als je de metafoor van een voetbalveld neemt, vind ik het dus belangrijk dat iemand niet alleen in het strafschopgebied blijft als het hele veld open ligt. De ruimte is veel groter, je bent veel rijker, je kan veel meer dan je denkt. Ruimte innemen. Mensen laten ontdekken tot hoever je kan gaan met je talent.

Dat is wat mij te doen staat: mensen bij hun talent brengen. Door er met ze over in gesprek te gaan. Door vragen te stellen. Met sommige mensen heb je meteen een klik en met anderen is dat minder. Dan moet ik een andere stijl inzetten. Ja. Directer. Of duidelijker. Of dat je mensen meer houvast geeft. Ik heb heel veel geduld en ik heb heel veel begrip, maar ik heb wel geleerd dat ik ook te veel begrip kan hebben.

Wij deden ooit een leiderschapsonderzoek hier bij Twynstra Gudde, over de persoonlijke ontwikkeling van leiders, met een aantal partners deden we dat. Ik heb vijf mensen geïnterviewd. Vier van de vijf zeiden na ongeveer drie kwartier: ‘Ik ben eigenlijk veel aardiger dan ik hier op mijn werk ben. Ik heb veel meer humor, maar ja, dat wordt hier niet van mij verwacht.’ Dus die mensen handelden naar wat zij op zich geprojecteerd voelden of dachten wat een goede manager is. Niet naar wat ze zijn of kunnen of willen. Bewust of onbewust krijg ik hier natuurlijk bij Twynstra Gudde ontzettend veel op mij geprojecteerd van de onzekerheid van mensen. Dat kan in blikken zitten, dat kan in woorden zitten. In het begin trok ik me daar veel te veel van aan. Ik heb geleerd en ook moeten leren hoe daarmee om te gaan. Wat is wel en niet van jou?

Ik heb al elf jaar een coach, die ik zes tot acht keer per jaar zie. Ik heb veel aan mijn eigen vorming gedaan, om te ontdekken wat mijn overtuigingen en blokkades zijn. Wat ik wel wil, wat ik niet wil. Wat ik wel kan, wat ik niet kan. Dan kom je terug bij essentiëren.”

“Het gaat om de verantwoordelijkheid te nemen om te doen waar je goed in bent.”

CV MARCEL DE ROOIJ
1960 Geboren in Ulvenhout
1984 Communicatiekunde Universiteit Utrecht
1985 Wetenschappelijk medewerker Universiteit Utrecht
1985 Communicatieondernemer
1987 Militaire dienst
1989 In dienst bij Twynstra Gudde
1993 Getrouwd met Saskia
1996 Partner bij Twynstra Gudde
2003 Directeur bij Twynstra Gudde
2006 Collective leadership MIT
2008 Voorzitter RvT Weeshuis Sri Lanka
2009 Voorzitter RvA Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit Bedrijfswetenschappen
2010 Voorzitter bestuur Orange Sports Forum
2011 Directievoorzitter Twynstra Gudde
2013 Introduceert essentiëren als nieuw werkwoord

© Ineke Walravens