“Als iets tegenzit, probeer ik er anders naar te kijken. Het positief te zien. Dat geeft kracht.”

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig zat ik aan de buis gekluisterd als jij ging sprinten. Wat me uit al je interviews van toen vooral is bijgebleven, is jouw enorme positieve uitstraling. Alsof je de hele wereld aankunt. Is dat ook zo?

Nelli: “We leven in een samenleving die op alles en overal een stempel drukt. Als er bij een Nederlandse multinational maar één zwarte vrouw aan de top is, noemen we dat racisme. Ik denk dan: zorg dat je de volgende zwarte vrouw bent die daar in de top komt. Zo overwin je racisme. Niet door erover te praten, maar door het echt te gaan doen. Ervoor te gaan.

Als iets niet naar mijn zin is, ga ik op mijn manier proberen er verandering in te brengen. Natuurlijk heb ik ook tegenslagen gehad. Ik heb ook gehuild, ben boos geweest of heb de hele wereld willen vermoorden. Maar dat is dan even. Lang boos of verdrietig zijn, kan ik niet. Heel vaak lukt het me om weer door te zetten. Het is geweest, laat het achter je en laat zien wat je waard bent. Dat probeer ik mijn dochter ook mee te geven.”

Ronéll: “Mama heeft het zelf niet door, maar zodra ze een kamer binnenkomt, weet je gelijk: dat is mama. Niet dat ik meteen roep dat mijn moeder ex-wereldkampioen sprint is. Nee, dat doe ik niet. Toch zijn er heel veel vriendinnen die zeggen dat mijn moeder iets heeft, een soort krachtig iets. Dat niemand tegen haar op kan.”

Nelli: “Sommige mensen kunnen er niet mee omgaan. Dat vind ik jammer, want zo ben ik niet. Dan houd ik maar mijn mond, zeg ik niks. Het gekke is dat mensen met een beperking dat niet hebben, die komen juist naar me toe. Is dat niet raar? Terwijl ik op dezelfde manier binnenkom. Zij zien mij niet als concurrent. Ik wil ook geen concurrent zijn voor mensen, ik wil er zijn als vrouw en anderen iets meegeven.”

Je klinkt feministisch, een kant van je die ik nooit eerder in de pers heb gezien. Waar komt die kracht vandaan?

Nelli: “Ik leer Ronéll dat wij vrouwen elkaar meer moeten omarmen. Geef elkaar de power en de zegen, ook al ben je het misschien niet helemaal met elkaar eens. Dat heb ik van míjn moeder meegekregen. In haar eentje onderhield ze ons gezin, vijf meiden en een jongen. Mijn moeder had twee baantjes! Ze heeft ons altijd geleerd dat je niet afhankelijk bent van je man. Op haar 55ste is ze zelfs nog aan een studie begonnen.

Zelf was ik 53 toen ik van Johan himself de master Sportmanagement bij het Johan Cruyff Instituut cadeau kreeg. De opleiding was zwaar, maar dan gaf Johan mij een zoen op de wang en zei tegen me: ‘Je kan het.’ Die ingewikkelde managementtermen gebruik ik niet, ik blijf dicht bij mijzelf. Ik heb er geleerd dat je gelijk moet aanpakken, meteen vanaf de start, tsjak, erbij zijn.”

De start is sowieso een van je sterkste punten, je was meestal als eerste weg uit de startblokken. Wat ik me altijd heb afgevraagd, is of je niet bang was voor die muur aan het eind van de 60 meter indoor? Je vloog er in volle vaart op af!

Nelli: “Nee, o nee. Nee! Who cares? Een muur? So what? Met sprinten, zodra je aan de start staat, zie je maar één ding, al sta je in een stadion met 10.000 man. Je ziet alleen die finishlijn waar je naartoe moet.

Ik kan alles om me heen wegfocussen, zelfs dat jij niet meer bestaat ondanks dat je nu tegenover me zit. Ik zet gewoon een knop om. Ik heb het altijd al gehad, maar heb het verder ontwikkeld met Henk Kraaijenhof, mijn trainer. We deden hersentrainingen, net zolang tot mijn linker- en rechterhersenhelft helemaal equal waren. Ik kan dus links én rechts starten, ik kan als het moet ook links schrijven. Je kunt jezelf zo veel dingen aanleren, als je het maar echt wilt.”

Ronéll: “Oom Henk is eigenlijk iemand die in een lab werkt en de perfecte mens probeert te bouwen. Andere coaches kijken alleen naar je techniek, hij pakt gelijk even je hersenen erbij: hoe werken ze en wat kunnen we daaraan verbeteren. Hij ziet sport niet als fysiek maar vooral als mentaal. Hij is zó slim.”

Je bent twee keer wereldkampioene, zes keer Europees kampioene en vijftien keer Nederlands kampioene. Nog steeds heb je het Nederlands record op de 60 meter, samen met Daphne Schippers. Heel bijzonder. Hoe kijk je terug op je atletiekloopbaan?

Nelli: “De successen zijn natuurlijk geweldig geweest, anders had ik hier niet gezeten en was ik bijvoorbeeld geen ambassadeur van de gehandicaptensport geworden. Maar hoe mensen toentertijd in mijn sportcarrière tegen me opkeken. De afgunst. De jaloezie. Mensen, en vooral vrouwen, gunnen elkaar op een of andere manier de successen niet. Daar heb ik wel last van gehad.

Ik was de eerste atlete die het anders deed dan anderen. Ik ging mijn eigen weg. En dan ook nog als vrouw. Dat waren ze niet gewend bij de atletiekbond. Onderhuidse discriminatie is het ergste wat er is, al zullen zij zeggen dat dat nooit aan de hand is geweest.

Negen maanden van het jaar zat ik in het buitenland, vijftien jaar lang. Terwijl ik eigenlijk niet alleen durfde te slapen! Ik ben een mama’s kindje: tot mijn vijftiende heb ik bij mijn moeder in bed geslapen, aan het voeteneinde. Het leven voor de sport heeft me veel energie gekost. Heel veel energie. Iedere keer als ik het vliegtuig in moest. Naar weer een hotelkamer. De eenzaamheid. Dan moest ik de knop omzetten om niet te denken dat het niet leuk was. Daarom is de band met Henk en mij ook zo close geworden. Elke avond voor het slapengaan, en zeker voor een grote wedstrijd, las hij mij voor. Als hij één beweging maakte, riep ik: ‘Henk, ik slaap nog niet.’

Gelukkig trainde ik met mannen, dat waren van die macho’s die me echt vertroetelden. Ze huurden de mooiste auto’s en ik zat achterin! Ik hield het vol omdat ik net zo goed wilde worden als Johan Cruyff. En net zo bekend. Dat was mijn doel, want eigenlijk wilde ik voetballer worden.”

Ronéll, je bent inmiddels zelf ook serieus aan het sprinten. Je kent natuurlijk het verhaal van je moeder. Heeft ze niet geprobeerd je tegen te houden?

Ronéll: “Mama is iemand die altijd voor me klaarstaat. Ze is streng maar wel rechtvaardig. In plaats van dat ze me iets verbiedt, laat ze me het ervaren. Als ik bij wijze van spreken een keer zou willen roken, gaat zij het eerste pakje sigaretten kopen. Maar dan moet ik van haar wel gelijk goed inhaleren, dat wel, zo zit mama in elkaar.

Toen ik zestienenhalf was, begon het te kriebelen. Ik heb oom Henk gebeld om mij te laten testen. Vanaf het begin heb ik gezegd: ‘Als er niet iets goeds uitkomt, stop ik er al mee, hoor.’ Op papier ben ik beter dan mijn moeder, ik heb er dus meer aanleg voor. Sindsdien ben ik bij oom Henk gaan trainen. Zolang ik er plezier in heb, ga ik door.”

Nelli: “Het is haar keuze. Ik hoop dat ze het beter krijgt dan ik. Niet qua prestaties dan, die waren geweldig, maar met de mensen om haar heen. ‘Cornelli, ze is als mijn kleinkind. Wat wil je nog meer?’, antwoordde Henk toen ik hem vroeg of hij goed op mijn dochter wilde passen. Volgende week gaat ze met hem op hoogtestage in Zwitserland.

Laatst zat ik in Hengelo op de tribune toen Ronéll daar moest lopen. Liepen ze voor de wedstrijd naast elkaar op de baan, Henk en mijn dochter. Mijn hemel, precies als dertig jaar geleden. Alsof ik mijzelf zag staan. Dat ontroerde me, heel erg. Zo mooi.”

“Ronéll is mijn enige kind. Ik sta achter haar, wat ze ook doet.”

 

CV     NELLI COOMAN – ROSIER
1964 Geboren in Paramaribo, Suriname
1994, 1985 1989 Europees kampioene 60 m indoor
1986 Sportvrouw van het jaar
1986 1992 Wereldrecordhoudster 60 m indoor (7,00 sec)
1986 heden Nederlands recordhoudster 60 m indoor (7,00 sec)
1986 2014 Nederlands recordhoudster 100 m (11,08 sec)
1987, 1989 Wereldkampioene 60 m indoor
1988, 1992 Deelname Olympische Zomerspelen
1995 Beëindigt atletiekloopbaan
1997 heden Erevoorzitter Stichting Nelli Cooman Games – voor sporters met en zonder beperking
2002 In dienst bij de gemeente Rotterdam
2002 2015 Schoolsportconsulente, gemeente Rotterdam
2016 Master in Sportmanagement, Johan Cruyff Instituut
2018 Wijkregisseur Ommoord, gemeente Rotterdam
Ambassadeur Beter ter Been, Fonds Gehandicaptensport, Roparun

 

CV     RONÉLL ROSIER
2000 Geboren in Rotterdam
2016 Kiest voor de sprint
2018 Eindexamen vwo
2018 Begint studie Bewegingswetenschappen Vrije Universiteit Amsterdam
2026 Wereldkampioene sprint

© Ineke Walravens