“Het is een soort van totale overgave. Er moet niks tussen mij en de film in staan. Dat staat er natuurlijk altijd, maar dat moet je de hele tijd wegwerken. Je moet je echt helemaal kunnen overgeven.”

Je krijgt in één jaar een Zilveren Nipkowschijf en een Gouden Kalf. Wat betekent uitblinken voor jou?

“Ik heb nooit gedacht dat ik wil uitblinken. Ik wil gewoon het allermooiste maken wat ik kan maken. Ik ben het ook verplicht aan mijn eigen crew en aan het Rijksmuseum. Los van mijn eigen ambitie. Ik werk met de beste mensen van Nederland. Mijn editor, Gys Zevenbergen, die gaat ook niet voor minder. Mijn cameraman, Sander Snoep, is hondseigenwijs en dat ben ik ook. Dus dat is soms even zoeken hoe ieders talenten maximaal kunnen floreren. Mijn vak is samenwerken, goed kijken, alert zijn, luisteren. Maar ook de kwaliteiten van anderen zien en daar ruimte voor maken.”

Ga je wel eens over je grens?

“Continu. Eigenlijk continu. De laatste tijd van de montage zagen we er ook niet meer uit. Ik zat met Gys in de montagekamer. We keken elkaar aan. ‘Jezus jongen, wat zie jij eruit’, zei ik tegen hem. Toen zei hij: ‘Ga jij maar eens in de spiegel kijken!’ We gingen weekeinden door. Avonden. Het moest gewoon af en ik wilde dat de film net zo mooi zou worden als in mijn dromen. Je gaat dan net zolang door tot je het hebt. Dan heb je wel een héél grote kick als je op een gegeven moment zegt: ‘Nou weet je, dit is het.’

Gelukkig hou ik zielsveel van Gys. We zijn zo intens met elkaar aan het werk, bijna als in een relatie. Ik heb nog nooit met iemand zo lang achtereen in een ruimte opgesloten gezeten. In een gewone relatie ga je nog wel eens de deur uit. Hier zit je gewoon dag in dag uit bij elkaar, en maandenlang. Je neemt de hele dag door samen beslissingen: gaan we linksaf of toch rechtsaf? We gaan dan samen ook tot het uiterste. Soms heb je een moeilijke dag. En opeens heb je weer een euforisch moment als je iets ontdekt hebt in het materiaal wat je groter kan maken, dat gaat doen wat jij wilt.”

Je was eerst toneelregisseur. Hoe ben je ertoe gekomen documentaires te gaan maken?

“Ik ben een laatbloeier. Ik ben nu 52 en joods. Mijn moeder heeft de oorlog overleefd doordat ze tot een beschermde groep Joden behoorde en op een speciale lijst stond: ‘De Barneveldlijst’. Haar verhaal vond ik zo bijzonder. Het gaat eigenlijk over de hiërarchie van het leed, over hoe mensen die zelf slachtoffer zijn, zich achteraf lijken te schamen dat zij het wel, en anderen het niet overleefd hebben. Ik heb zomaar op een dag bedacht dat ik daarover een film ging maken. Daar ben ik trots op, hoe ik begonnen ben vanuit het niets. Puur op wilskracht. Dat je kunt bereiken wat je wilt, als je doorzet en weet wat je wilt. Dat dat lukte, dat je dat gewoon op een zondagochtend kunt bedenken. Het heeft me veel slapeloze nachten gekost. Maar die film moest en zou er komen. Dat wist ik heel zeker.

Dingen die je echt maakt, voor de eeuwigheid, die moet je niet half doen. Alleen het huishouden doe ik half. Deze film is wel een historisch document over hoe het Rijksmuseum geworden is wat het is. Ik heb hiervoor ook films gemaakt en prijzen gewonnen, maar dit is misschien wel mijn magnum opus.”

De kracht van je documentaires is dat je als kijker alles te zien krijgt. Hoe doe je dat?

“Bij het Rijksmuseum had ik, zonder te overdrijven, dertig tot vijfendertig mensen die ik moest volgen. Theedrinken, praten. Ik wil gewoon echt weten hoe het zit, ik ben echt in ze geïnteresseerd. Als je heel veel van het project weet, dan krijg je contact. Dan word je vanzelf ook een goede gesprekspartner voor hen. Dan heb je een gesprek waarin het gaat over de dingen waar zij ’s nachts van wakker liggen. Mensen gaan met je praten. En ik meende het ook. Mijn belang is dat zij zich in dat interview laten zien, binnenstebuiten keren. Wat ze echt bezighoudt, of waar ze trots op zijn. Dan zit ik ze zo dicht op hun huid, dan ben ik eigenlijk one of them. Ik moet van ze houden. Dat is echt een voorwaarde om een goede film te maken.

Toen de film klaar was, moest ik huilen. Ja. Ja. Tijdens het monteren. De emoties van de mensen die het Rijksmuseum inrichten, de schoonheid van hoe mooi het werd, daar kon ik niet met droge ogen naar kijken. Dat vind ik nog moeilijk. Ik kijk er ook zo min mogelijk naar, zodat ik dat eerste gevoel houd.”

Een goede vriendin van je is onlangs overleden. Wat doet dat met je?

“Precies in die periode van haar sterven, haar laatste dagen, kreeg ik dat Gouden Kalf. De tegenstelling had niet groter kunnen zijn. Natuurlijk was ik blij met die prijs, met die waardering, maar ik was met mijn hart bij mijn goede vriendin Janneke. Dingen lijken allemaal zo verschrikkelijk belangrijk, vooral wat betreft mijn werk, zo ben ik, maar op de schaal van leven en dood zijn het soms kruimeltjes. Janneke was ook iemand die zo heel hard werkte. Die legde de lat ook heel hoog, echt een uitblinker. We hebben nog gesprekken gehad of ze het anders zou hebben gedaan. Minder hard gewerkt bijvoorbeeld. En dat je zo vaak voorwaardenscheppend bezig bent. Dat je vaak denkt: eerst dit, en dan dat en dan kan ik eindelijk… Maar het is toch gewoon allemaal het ‘nu’ waarom het gaat.

Naast dat het een heel verdrietige tijd was, waren er in die periode ook mooie momenten, omdat je voortdurend met elkaar bezig bent. Wat je iemand nog wilt geven, wat die ander jou nog wil geven. Hoeveel je van iemand houdt. Ook daarin moest ik af en toe oppassen dat ik niet over mijn eigen grenzen heen ging. Het is zo moeilijk te accepteren dat je zo machteloos bent. Ik was soms boos dat ik haar niet kon genezen. Dat ik dat niet eens kon, terwijl ik dat natuurlijk helemaal niet kan. Maar uiteindelijk komt het neer op acceptatie en op loslaten.

Ik ben er nog niet uit hoe me dat heeft veranderd. Daar ben ik juist mee bezig nu. In ieder geval heb ik geen zin meer in een heleboel flauwekul. Zonde van mijn tijd. Hoe ik omga met zo’n gat dat er opeens is, dat vind ik moeilijk. Dat heb ik nog niet opgelost. Hoe doe je dat?
Ik ben een ontzettende hechter, juist ook aan mensen en vriendschappen, die zijn belangrijk voor me. Daar worstel ik wel mee. Dat alles eigenlijk voor eeuwig moet zijn, en dat is het natuurlijk helemaal niet.”

Waar liggen je ambities?

“Ik weet nog dat ik mijn eerste film had gemaakt, daar heb ik ook een prijs voor gekregen, en dat ik toen dacht dat één film geen film is. Dat kan toeval zijn. Met films maken ga ik zeker door. De film over mijn moeder ligt klaar, die moet ik nog monteren. Dat is één vrouw in een huiskamer met een kat. Dat is een overzichtelijk project, dat is niet zo gigantisch, maar natuurlijk wel op een andere manier complex.

Ik wil ontzettend graag een oud kippenhok in Frankrijk kopen. Dat wil ik al mijn hele leven, dus dat moet gewoon gaan gebeuren. Ik hou van klussen. Stukadoren vind ik heel erg leuk, en timmeren, allemaal enig. Naar die ontspanning zoek ik. De tijd door mijn vingers laten gaan, daar komen de mooiste dingen uit voort. Eindeloos lezen, schrijven, zitten, denken. Uiteindelijk kom je dan op een soort van bodem. Dan weet je waar je volgende film over moet gaan.”

“Mijn nieuwsgierigheid is mijn motor.”

 

CV OEKE HOOGENDIJK
1961 Geboren in Amsterdam
1990 Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
1990 Regisseur toneelgezelschappen
1997 Media Academie Televisiedocumentaire
1998 Gouden Beeld ‘Een gelukkige tijd’
2002 ‘De Holocaust Experience’
2004 Start film verbouwing Rijksmuseum
2013 Overlijden Janneke Vonkeman
2013 ‘Het Nieuwe Rijksmuseum’:
Zilveren Nipkowschijf
Gouden Kalf
Special Mention, Prix Italia
Wereldpremière New York
2014 ‘Het Nieuwe Rijksmuseum – De Film’:
Beeld en Geluid IDFA Award

CVOEKE HOOGENDIJK1961Geboren in Amsterdam1990Hogeschool voor de Kunsten Utrecht1990Regisseur toneelgezelschappen1997Media Academie Televisiedocumentaire1998Gouden Beeld ‘Een gelukkige tijd’2002‘De Holocaust Experience’2004Start film verbouwing Rijksmuseum2013Overlijden Janneke Vonkeman2013‘Het Nieuwe Rijksmuseum’:

Zilveren Nipkowschijf

Gouden Kalf

Special Mention, Prix Italia

Wereldpremière New York

2014‘Het Nieuwe Rijksmuseum – De Film’:

Beeld en Geluid IDFA Award