“Wat we met Orkater willen, is duidelijk: mooie voorstellingen maken, in het hele land spelen en divers publiek trekken. Dat kan je op honderd manieren doen. Je hoeft niet te doen wat ik zeg. Verzin nieuwe dingen!”

Je maakt theatervoorstellingen én films, je hebt een dubbele baan. Wat drijft je?

“Als hier iemand nieuw binnenkomt, krijgt hij of zij meteen een verantwoordelijkheid. Je krijgt wel hulp, zo van: dit en dat moet je doen, maar ga je gang. Soms wordt het niet begrepen, dan wordt er te snel verondersteld dat je stappen in de hiërarchie zet, een positie hebt gekregen. Maar dat is het niet, het is verantwoordelijkheid die je hebt gekregen. Dat is iets anders.

Mijn stelling is dat van iedere baan in tijd gemeten hooguit tien procent echt leuk is, namelijk het resultaat. Negentig procent van de tijd ben je bezig met het bereiken van dat resultaat. Je moet dat zo belangrijk, leuk of bevredigend vinden dat je lang werken, laat werken, in de vakantie werken, tegenslagen verwerken, onwillige mensen overtuigen en ga zo maar door op de koop toe neemt.

Op veel vakantiefoto’s sta ik met een telefoon ergens apart, omdat de financiering van een film weer eens niet rond kwam of omdat een acteur ineens niet kon.

Ik beschouw mezelf zeker niet als een kunstenaar, maar ik kan wel dezelfde soort drive hebben dat je iets wilt maken wat je kunt laten zien. Hoe lastiger het is om iets voor elkaar te krijgen, hoe groter de kick. Heel vaak gaat teleurstelling samen met een soort van zelfverwerking. Dat heb ik niet, omdat ik er alles aan heb gedaan. Als het niet lukt, kan ik alleen maar zeggen dat ik mijn best heb gedaan en het niet is gelukt.

Mijn eerste ambitie is Orkater. Muziektheaterproducties maken. Films is omdat mijn broer Alex films wil maken. Hij denkt dat hij dat het beste met mij kan en ik denk dat hij daarin gelijk heeft. Wij maken voorstellingen en films en die worden gewaardeerd door publiek, pers en collega’s. Er wordt over gepraat, over geschreven en dan krijg je af en toe ook nog eens een prijs. Het zou raar zijn als ik zou ontkennen dat ik succesvol ben.

Iedereen begrijpt dat Alex een kracht op zichzelf is, maar die heeft wel een goede producent nodig. Ik ben de producent en hij is de regisseur, dat hebben wij afgesproken. In die rol respecteren wij elkaar. Ik zeg zelden dat iets niet kan, maar ik bepaal uiteindelijk wel de financiële grenzen van een filmproductie. Dan nog leg ik Alex niets op. Binnen die grenzen bied ik de mogelijkheid om te kiezen, zo van: je kan dit doen, maar dan kan je dat niet doen. Hij neemt de beslissingen. Het is zijn film.”

Een collectief heeft een heel eigen dimensie. Wat was jouw rol daarin?

“Het was bijna onvermijdelijk. Mijn vader was toneelmeester in IJmuiden. Wij woonden boven de schouwburg en maakten straattheater op festivals in heel Nederland. Het was bijna allemaal beeldend. We kwamen aan, bouwden een decor op, deden een paar korte, tamelijk abstracte scènes en weg waren we weer. Mensen anders te laten kijken naar gewone dingen, daar ging het ons om. Denk ik. Het is lang geleden.

Ongeveer gelijktijdig had je op de Amsterdamse Grafische School een paar mensen met een band, onder wie Dick en Rob Hauser. Die zaten op een gegeven moment bij elkaar en wilden het publiek meer bieden dan alleen muziek. Toen zijn we gaan praten. We verzonnen de raarste dingen. Zo begon Hauser Orkater. Als je dat tot een succes wilt maken, moet je met zijn allen op tijd komen bijvoorbeeld. Dan moet je repeteren, ook als je hip bent en lang haar hebt. Daar hield ik me al snel mee bezig, te zorgen dat die dingen werkten: repetitieruimte regelen, voorstellingen verkopen. We waren een collectief. Iedereen verdiende evenveel, iedereen moest even hard werken. Als er geveegd moest worden, moest iedereen vegen. Geen onderscheid. Nul. Dat kan even goed gaan.

Op tournee ontstond een crisis, díe wilde niet meer met díe werken. De een wilde meer tekst, de ander meer muziek. Kortom, het collectief groeide uit elkaar. Ik dacht: dat is allemaal logisch en begrijpelijk, maar we hadden er een paar jaar over gedaan om een plek te veroveren. We hadden een oefenruimte, een vrachtwagen, licht, geluidsapparatuur en, niet onbelangrijk, financiële steun van het Rijk en de Gemeente Amsterdam. Men wilde Hauser Orkater opheffen, maar ondertussen wilde eigenlijk iedereen op een of andere manier door met het maken van theatervoorstellingen. Na uitgebreide gesprekken met de groep, het bestuur en de subsidiënten zijn wij erin geslaagd het apparaat, de Stichting Orkater, overeind te houden. Daar plukken wij nu nog de vruchten van.

Het was een collectief en ik was nog zeker geen directeur, maar ik hield mij toen wel al intensief bezig met het veranderingsproces.”

Je krijgt veel voor elkaar, hoe doe je dat?

“Ikzelf wil helemaal niet meer ruimte op het toneel. Ik speel een rol die niemand ambieert, dus is er geen concurrentie. Sterker nog, mijn rol ondersteunt eigenlijk meer al die individuen. In die zin ben ik geen gevaar voor mensen. Net als de leider van de kudde paarden in de Camargue, loop ik achteraan. Ik stuur, houd het in de gaten. Ik let op kleine signalen. Dat is een soort van besmettelijk, iedereen heeft hier zorg voor elkaar. We hebben niet eens deuren, of een apart kamertje. Dat komt voort uit het oude collectief. Iets van die geest is hier blijven hangen, en dat zal vast iets van mij zijn. Als je in een collectief werkt waarbij je overtuigd bent van de andere mensen, dan weet je ook je plek. Omdat mijn rol op het tweede plan zit, kan ik schitteren.”

“Het is de samenhang die ons allemaal wat geeft.”

CV MARC VAN WARMERDAM
1954 Geboren in Haarlem
1972 Collectief Hauser Orkater
1979 ‘Zie de mannen vallen’
1980 Stichting Orkater
1993 Graniet Film
1998 Stopt zelf met acteren
2009 Golden Gladiator voor ‘De laatste dagen van Emma Blank’
2013 Gouden Kalf voor ‘Borgman’

© Ineke Walravens